Leesbevestiging

 

 

 

 

9-1-2012 Cadeaucolum verstuurd aan Sylvia Witteman, Volkskrant

 

 

Vandaag besloten de hele inhoud van mijn inbox in een nieuwe map te plakken met als naam: IN 2011, en als streven: niet meer naar kijken tenzij in noodgevallen. Dat geeft meteen een berg ruimte en vooral een opgeruimd gevoel.

Op de valreep zaten er weer wat nieuwe 2012-ers bij, en ja hoor, een paar afzenders wensten nu DIRECT te weten of ik hun berichtje had gelezen.

 

Ook in 2012 is-ie er weer: de Leesbevestiging.

  

De Leesbevestiging brengt mij doorgaans onmiddellijk in een staat van lichte tot ernstige irritatie. Het loopt afhankelijk van mijn stemming soms volkomen uit de klauwen en leidt dan zelfs tot milde aanvallen van mensenhaat. Wat bezielt hen toch? Waarom willen ze weten of ik hun mail in de trant van ‘leuk dat we gaan lunchen, ik kan inderdaad dan en dan’ heb gelezen? Nee, nee en nog eens nee, ik stuur GEEN leesbevestiging. Je hoeft helemaal niet te weten wanneer ik mijn mail lees. Gaat niemand een moer aan. Als het krijg, lees ik het, ga daar maar vanuit. Dat is toch het hele idee van e-mail? Dat je het leest? Er bestaat toch niet zoiets als: verkeerd bezorgd, net als een pizza? Een met tikfout in adres verstuurde e-mail stuitert gewoon terug je inbox met vage kreten over postmasters die niet kunnen deliveren. Dan ga je voor de herkansing of je denkt: laat ook maar, ik bel wel.

 

Kennelijk moeten sommige mensen dwangmatig weten hoeveel tijd er precies verstrijkt tussen het snel even lezen van mijn mail en daadwerkelijk antwoorden. In mijn geval kan dat wel oplopen tot een dag of zo. Wel lezen. Niet antwoorden. Geen zin. Moet ik zelf weten. Dan hoor je ze dus denken: ze heeft ‘t wel gelezen maar niet gereageerd, waarom niet? Zeker weer te druk of ben ik niet belangrijk genoeg?

 

Het ontbreekt er nog maar aan dat je moet melden wat je dan wél in die tijd hebt gedaan, zoals spontaan tijdverslindend op het web gaan zoeken naar goedkope vakantiebestemmingen omdat je door die mail stiekem toch zenuwachtige neigingen tot plannen krijgt. Antwoord: ‘ik heb je mail wel gezien maar het boeit me nu even niet en op antwoord hoef je voorlopig niet te rekenen. Sterker nog: ik zit virtueel in Zuid-Frankrijk en wie houdt me tegen.’ Dát zou pas een leesbevestiging zijn.

 

Ik vraag me nu ook ineens af of ik voortaan een leesbevestiging op mijn leesbevestiging moet vragen. En of dan, als je het hele systeem op automatisch zet, binnen vijf minuten het hele internet explodeert door razendsnel oneindig heen en weer gaande nutteloze berichtjes. Een soort van perpetuum mobile, beter gezegd perpetuum mailbile? Misschien zorgt zo’n mailtjesversneller wel voor het einde van de wereld op 12-12-12. 

 

Maar goed, laat het duidelijk zijn dat ik volstrekt weiger mee te werken aan het verschijnsel leesbevestiging. Ik heb wel - zonder iets van psychologie te hebben gestudeerd - al tandenknarsend en nagelbijtend enkele theorieën ontwikkeld over leesbevestiging-eisers. Opvallend is dat ik soms intens teleurgesteld kan zijn door mijn eigen inschattingsfouten. Leer je nieuwe, wilde, frisse, losbollige mensen kennen, blijken het toch types te zijn die per mail jouw leven willen controleren. In mijn oude vriendenkring – waar we ooit géén e-mail hadden – zijn er enkelen waarvan ik van te voren had kunnen denken: ja. Dit zijn de leesbevestigingtypes. Alles op orde. De sokken in setjes, de fitness gepland, de vakantie naar Zuid-Frankrijk in januari geboekt en de vitamines
geteld. Kortom, het soort dingen dat ik niet voor elkaar krijg en nooit zal krijgen.

 

Frustratie is volgens mij ook een factor. Leesbevestigers avant-la-e-mail zijn de mensen die na de Kerst opschrijven van wie ze daadwerkelijk een kaartje hebben gekregen, en daar ook een eigen Tolerantiebeleid voor hebben ontwikkeld. Ze vinken de ontvangen post af, op hun eigen verzendlijst. “Nou Piet en Annie hebben ons nu al drie jaar géén kaart gestuurd en wij hen wel. Dat kan echt niet langer zo. Hup de lijst af.”

 

Ik geef toe, kerstkaarten weggooien vind ik altijd een beetje naar. Ik zou willen laten weten: mensen, bedankt, ik heb ze gelezen. Ze zijn meestal met aandacht geschreven (hoewel een vriend van ons altijd al in oktober op 100 willekeurige kerstkaarten ‘en Kees’ schrijft) en die gedachte moet je koesteren. Hopelijk komt er nooit een kerstkaart met leesbevestiging. Of misschien toch bewaren tot de volgende kerst en retour afzender, met een stempel: GELEZEN 2011. Scheelt weer in de kosten.

 

Antwoord Sylvia dag later:

Hahahaha, leuk stukje!Het gekke is: ik heb zelf al in geen jaren meer van iemand een mail met
leesbevestiging gekregen. Een jaar of vijf geleden wel, heel veel zelfs. Zouden
ze bij mij de moed hebben opgegeven? Dank! Groet, SW

 

Komma hier en daar



 


punctuation

 

 

Koken en bellen

 

 

28-9-2011. In een niet zo ver verleden heb ik eens een kookboek geschreven. Koken fascineert mij, en ik houd van boeken, dus in mijn keuken liggen er – op de magnetron, dat dan weer wel – enkele fraaie exemplaren zoals daar zijn Farmhouse Cooking, Bakken met gehakt, en 1001 ovenschotels. Omdat ik sinds kort over wat meer vrije tijd beschik en in de late namiddag thuis moet zijn om twee tieners qua huiswerk aan de gang te houden, neig ik naar echt Koken. Gezellig toch, vooraf alles uitzoeken, beetje snijden, mengen en klutsen en afwachten tot het huis zich vult met hemelse geuren (terwijl de tieners alvast knakworsten verslinden, overigens) Zoiets. Helaas wordt mijn kookidylle de laatste weken ernstig verstoord door hagelbuien, afvoerblokkades en foute facturen. Dus niet dat mijn Boretti het ineens niet meer doet, nee, we spreken hier over telefoonabonnementen die jaren na opzeggen gewoon afgeboekt worden, een auto met hagelcellulitis en een volledig verstopte keukenafvoer doordat het provinciale waterleidingbedrijf meende een leiding door de afvoer heen te moeten boren.

Hoe kan dit mijn kookgedrag beïnvloeden? Wel, als ik rond een uur of vier start met het noodzakelijke bellen naar KPN, Interpolis, of Delta, kom ik zwaar in de problemen wat betreft de avondhap. Het is een waar avontuur eigenlijk, iets waar je moed voor moet verzamelen. Je belt een nummer. Daar heb je twee handen voor nodig. Je kunt dus niets hakken, snijden of iets dergelijks. Je moet vervolgens ingespannen luisteren voor de ‘Kies een 3 voor hagelschade, een 2 voor keukenafvoeren en een 5 voor te lang doorgelopen abonnementen’. En op het exacte moment drukken, al dan niet met gehaktvingers. Dan komt het. ‘Al onze medewerkers zijn op dit moment in gesprek, blijf aan de lijn, u bent de eerstvolgende’. Een met zorg gekozen doch slaapverwekkend muziekje volgt.

Kijk, en dan durf ik de telefoon dus niet op de speaker te zetten, naast de snijplank of zo. Wat doe ik? Ik loop angstvallig met het ding tegen mijn oor, terwijl toch nog - met één hand - de noodzakelijke kookbewegingen probeer te maken. Net als toen ik met twee baby’s rondsleurde. Ik laat de telefoon niet los. Want stel je voor dat je net even wegloopt en dan hoor je ineens vanuit de andere kant van de keuken: goedemiddag Interpolis, wat kan ik voor u doen? Je schrikt je rot, want je was net lekker relaxed door dat eentonige muziekje (en het glaasje rode wijn dat je inmiddels eenhandig hebt kunnen drinken) en al half vergeten met wie en waarvoor je belde, je staat áltijd in de verkeerde startpositie, draait om, scheurt terug naar de telefoon, glijdt uit en knalt tegen het aanrecht. Op zich efficiënt want die schade kun je dan ook meteen doorbellen.

Ik ga nu een verzoek indienen bij een aantal van dit soort bedrijven. Waarom niet – als extra service aan de klant- een eenhandig kookboek voor digitaal wachtenden uitgeven? Koken met KPN, bijvoorbeeld, of Winterkost van Interpolis, of Drie sterren van Delta. Met makkelijke recepten die je volledig met één hand kan bereiden. Je moet toch minstens een uur blijven hangen, kun je ondertussen koken met de telefoon veilig tegen je oor… Ze zouden de kookinstructies ook tijdens het wachten via de telefoon kunnen geven natuurlijk. Dat is pas service. Of: als je langer dan een halfuur hangt, een vrolijke lokale pizzakoerier op de lijn laten inbreken die je bestelling op kosten van de firma regelt: jaaa, de KPNpizza met extra veel kaas,peperoni en noten. Prima plan eigenlijk dat laatste, want pizza kan je uitstekend eten onder het bellen. Misschien een idee voor een servicepakket. Nu met pizzabundel. Of de pizzapolis. Of The multi pizza company.

 

Bumperkleven op de dijk

9-9-2011. Als fervent dijkwandelaar, meestal oostwaarts startend bij een serie imposante appartementsgebouwen in Terneuzen, zit ik met een probleem dat al een tijdje aanloopt.

Ik heb er ooit zelfs een brief over geschreven aan enkele raadsleden. Zonder reactie overigens.

Het draait allemaal om omdraaien. Ik leg het uit: ‘rondje Kreek’ is weliswaar nog steeds geen rondje, maar toch, het idee ligt er. Je kunt t.z.t. een wandeling maken zonder daarbij de zelfde locatie te passeren. Dat is het principe van een rondje. Als wandelaar keer je verkwikt terug, opgefrist door alle nieuwe indrukken.

Hoe anders is het aan de zeedijk. Daar kun je alleen ferm rechtdoor stappen en – hoe je het ook draait of keert – op een gegeven moment moet je terug. Het maximaal haalbare qua afwisseling is ‘heen’ onderaan de dijk, en ‘terug’ bovenop. Maar daar is dan weer geen pad. Wordt dus lastig, dat rondje zeedijk, of je moet naar Antwerpen lopen, door de Liefkenshoektunnel, terug via de dijken van Zuid-Beveland en (aldus verkeerschaos creërend) terugwandelen door de Westerscheldetunnel. Dit is echter niet het soort rondje dat je op een zondagmiddag maakt.

Nu kom ik op mijn kwestie. Je moet dus omdraaien. Maar wanneer? Wat is het juiste moment? Denken medewandelaars, of verveelde Basaltpromenade-senioren met verrekijkers niet: gut, draait ze NU al om? En hoe kondig je subtiel aan dat je gaat omdraaien? Ikzelf doe het altijd een beetje stiekem. Langzamer lopen, beetje rondkijken, veter strikken en dan onopvallend en met een neutrale uitdrukking terug in je eigen voetsporen. Een terrasje pakken bij café De Griete is ook een goed omdraaimiddel. Velen doen het kennelijk zo.

Maar om nu altijd in het café om te draaien? Ik zou het een prima plan vinden als er langs de zeedijk officiële omkeerpunten kwamen, paaltjes na iedere kilometer of zo. Heb je daar wat houvast aan (kijk eens: alweer twee kilometer gelopen!) en iedereen weet waar-ie aan toe is. Ook de bespied-senioren.

Gisteren liep ikzelf terug van de Griete. Geen café gezien, het was te vroeg. Kom ik vlakbij Terneuzen een mevrouw tegen, een tegenligger als het ware. Zij loopt rechts, ik ook – daarom bots je dus niet. Ik groet vriendelijk, loop door en blik na vijf minuten even snel achterom, om te kijken waar mijn sukkelige honden blijven. Loopt ze werkelijk pál achter me, een meter of vier van me vandaan! Was ze me zomaar gepasseerd en vrijwel meteen stilletjes omgedraaid. Een bumperklever langs de zeedijk! Ik schrok me te pletter en zette meteen de pas erin. Nog een geluk dat we geen kopstaartbotsing kregen. Kijk, daarom pleit ik voor omkeerpunten en borden met ‘houdt afstand’. Heeft Terneuzen ook weer iets te handhaven, naast parkeerfouten.

 

Tuin-eetgeluiden op cd

25-8-2011. Bij ons in huis heersen de drie R-en meestal niet tegelijkertijd. Rust, Reinheid en Regelmaat zijn er mondjesmaat – wel zijn Rinus, Riet en Rein vrijwel constant als hulptroepen actief. Dankzij hen winnen we nog steeds de gevechten tegen tuin, stof, strijkgoed en afgebladderd schilderwerk. Maar bij anderen lijkt alles altijd zo Geregeld. In de zomer hóór je zelfs dat de buren alles beter onder controle hebben.

Wij zitten in de tuin, weliswaar op een ‘loungeset’ maar dan zonder kussens (laat maar binnen want het gaat tóch weer regenen), met een pizzadoos van Dominos op schoot. De wat morsige honden liggen aan onze voeten en vangen de kruimels op. Er staat een fles Spa appel op de grond, met vier oranje plastic bekertjes die toevallig vooraan in de kast stonden na de laatste picknick met het bootje.

Wij maken geen geluid, hoogstens het droge geluid van kartonnen dozen en licht gesmek, en misschien twee keer HOU OP, van één van de tieners tegen de andere.

Nu de achterburen. Vrolijk gelach, geluiden van aangename gesprekken drijven onze tuin in. Zij gaan ook eten. Je hoort geluiden van mooie borden, bestek dat zachtjes rinkelt, houten bestek-lepels die uit terracotta schalen met feta aangemaakte biologische sla scheppen.

Lichte afgunst steekt zijn kop op. Waarom kunnen wij nooit eens zulke Libelle-achtige geluiden maken? Wij hebben toch ook borden, vorken, sla en witte linnen kleding?

Onze achterburen zijn heel aardige mensen, totaal geen 3xR types. Hoe krijgen ze dit voor elkaar?

Zou er een cd bestaan met tuin-eet-geluiden, die ze dagelijks opzetten?

 

De Zafira-fase

 

 

10 juni 2011 - Zij die mij kennen, zullen snappen dat ik toch even moet reageren op het stukje over de Opel Zafira, gisteren in de PZC. Daarin stelde columnist Willem van Dam enigszins gelaten vast dat zijn net aangeschafte Zaf als ouwelullenbak, bejaardentaxi en truttenkar wordt bestempeld.

Ik moet zeggen, dat ik even aarzelde tussen echte achteraf-spijt en irritatie, toen ik dit las. Wij (twee volwassenen, twee bejaarden, 36 Ierse familieleden, 136 kinderen van allerlei komaf, twee stinkende border terriers – bij benadering) reden bijna zes jaar Zaf. Waarom? Een auto hoort bij een fase in je leven. Daarom werd in 2005, na de verhuizing uit de Duitse heuvels terug naar het vlakke Zeeuws-Vlaanderen, de groene 4Wd Kia Sportage snel ingeruild voor een Multi Purpose Vehicle type Opel Zafira. Ik geef grif toe, het was even slikken, die grijze Opel, en vooral ineens veel zoeken op parkeerplaatsen. Je onderscheidt je met zo’n auto niet echt van anderen, zeg maar. Na een paar weken moest ik schoorvoetend toegeven dat het ding: a. lekker reed – b. alles en iedereen handig kon vervoeren. En dankzij de handige afstandsbediening liet de mijne zich tussen die andere vijftien grijze Zafjes bij de AH altijd snel knipperend zien. Hoe anders werd het toen dit systeem kapot ging. Tientallen keren heb ik aan wildvreemde grijze Zafira’s staan morrelen. Ik wierp dan wél snel een blik naar binnen en zag tot mijn opluchting ook hier geen echte toonbeelden van orde en reinheid.

Inderdaad, het gebeurde: slijtage, vuil, krassen, kapotte deuren. Dat is nu eenmaal zo na zes jaar intensief gebruik door bovengenoemden. Maar ik begon me te schamen. Er groeide mos op de deuren. Het was tijd voor een andere auto. Het krampachtige denkproces hier rond duurde ruim een halfjaar, inclusief de talloze peins-sessies over ‘als we nou eens een miljoen wonnen, wat dan?’ Ik wilde een Volvo, een Audi én een Mini Clubman. En een Fiat 500 cabrio voor ‘erbij’. Maar nooit nooit een Zafira meer. Of toch wel? Wat wil ik van een auto? Twijfel. Denken. Heeft mijn ego een snelle stoere auto nodig? Of ben ik dat al genoeg, van mezelf? Het is wel handig die zeven stoelen. En hij zit zo lekker hoog.

Hier komt het antwoord. Er staat sinds twee dagen een zwarte Zafira voor de deur. Alles erop en eraan, automaatje, leer, donkere ruiten, veel chroom. Gewoon een mooie bak. Wij zijn namelijk van plan de komende jaren nog veel ritjes te maken met mijn ouders én de verveelde tieners plus honden. En met de familie die – zonder eigen auto – komt overvliegen. En binnenkort met zes groepachters naar Saeftinghe. Met die honden naar het strand. Aanhangers met tuinafval trekken, meubels vervoeren voor vrienden. We zitten gewoon nog midden in de Zafira fase.

Maar ik wens toch wel een beetje respect, net als columnist Willem van Dam. Want anderen, die in snelle strakke sportkarretjes rijden, profiteren er vaak heerlijk van mee. Waar zouden ook de voetbal- en hockeyteams op zaterdag zijn, zonder dit soort auto’s? Zonder al die mensen die aan zichzelf genoeg hebben en in een Zafira-werkpaard rondrijden, staat er heel wat stil in Nederland.

Nee, voor mij is de Zafira een echte kartrekker.

Nog een jaar of vier.

Mini Clubman.

Zucht.

 

Spannend in Zeeland

Er moeten meer Zeeuwen komen. Dat kan op twee manieren: verse aanvoer van buiten en eigen productie. Meer nieuwkomers binnenhalen is een punt waar de bestaande Zeeuwen al jaren over praten. Probleem is dat we alleen maar tegen ELKAAR zeggen hoe leuk, mooi en goedkoop het hier is. Nee, dan Zuid-Limburg, en Groningen. Die hebben een campagne, waarin de boodschap steeds wordt herhaald. Maar goed. Wij niet. Wij zijn allemaal ambassadeur, dat is de insteek. Gelukkig is er een regionale omroep die ook buiten Zeeland te bekijken en te beluisteren is. Hoewel? Stel je voor: een gestresste Hagenees, onderhoudsmonteur, vader van drie adhdertjes, man van een vermoeide vrouw, ontdekt na een lange dag werken (woon-werklocaties bereikt na totaal 3 uur file) dat zijn autoradio voor de derde keer verdwenen is. Hij denkt: nu is het genoeg. Ik wil rust, ruimte, een goedkoper huis, ik wil WEG. Stel, stél dat-ie na het zien van het Groningse en Zuid-Limburgse internetaanbod toch bij Zeeland uitkomt en zomaar eens even online luistert naar Omroep Zeeland. Dan had-ie op 27 april het liveverslag gehoord van het verwijderen van houtworm in de molen van Kloetinge. Bloedstollend spannend! Of vandaag de discussie, mét prijsvraag, over de Uil van Groede (Groehoe!): is hij wild of niet? Belangrijk! Of om half zes hoort de potentiële Zeeuw de verhitte discussies over hekjes en vogels op zeedijken. Nee, die Hagenees bedenkt zich meteen. Te spannend daar in Zeeland. Dan maar een vierde autoradio.

 

Stukjes!


Voortaan schrijf ik hier stukjes. Het woord 'stukje' vind ik verschrikkelijk, maar meer dan stukjes zijn ze eigenlijk ook niet. Soms gaat het helemaal nergens over. Dus toch: stukjes. De ingrediënten van de stukjes komen zomaar voorbij, iedere dag weer. Hieronder een eerste voorproefje. Heeft zojuist vijf minuten gesudderd.

 

Vandaag zat ik met een vriendin in een etablissement in Terneuzen, in het kader van mijn verjaardag in februari. Beter laat dan nooit, wat in het vat zit verzuurt niet, en nog wat van die kreten zijn misschien hier op zijn plaats, maar laat maar. Life is too short en we zaten er toch maar weer. Heerlijk. Maar om zo midden op de werkdag toch nog iets nuttigs te doen, besloot ik mijn jaren geleden gestartte onderzoek naar de beste garnalenkroket van Zeeland voort te zetten. Groot was mijn verrassing toen het exemplaar van Het G. toch akelig dicht in de buurt bleek te komen van die van L. La V. "Zelf gemaakt natuurlijk", vroeg ik, met genietend dichtgeknepen ogen, als was ik een Kenner, aan de mevrouw van de bediening. Ze dacht van niet. En ze had eigenlijk ook geen idee want de keuken was boven, en zij immers beneden. Geen flauw benul. Ik kreeg acuut medelijden met de garnalenkroket, die juist zó zijn best had gedaan om er authentiek handgemaakt uit te zien. Wat een onderwaardering door de eigen ploeg. Hij had zelfs heel veel grijze garnaaltjes in zijn binnenste. Hád ik maar een stukje laten liggen om het haar te laten zien! "Ja maar, hij had toch echt wel een raar vormpje, dat kan toch nooit uit een fabriek komen", probeerde ik nog. Nou, ik kon haar niet echt overtuigen. Het zou dan wel. Maar waarschijnlijk niet.

Dus misschien had de kok boven een prachtige vervalsing weten te maken, door een fabriekskroket meesterlijk te vervormen, er een paar garnalen in te douwen en de boel lichtjes te laten aanbranden. Als dat zo is, beste kok, dan toch mijn gelukwensen. En graag per ommegaande een merknaam en het adres van de groothandel. Lekker is gewoon lekker.